Wat is een APF?

Introductie

In Nederland mag een werkgever zelf geen pensioenregeling uitvoeren. Die wordt ondergebracht bij een ‘pensioenuitvoerder’. De pensioenuitvoerder regelt onder andere de pensioenadministratie, int de premie bij werkgever(s), zorgt voor de betaling van de pensioenuitkeringen, beantwoordt de vragen van de deelnemers en beheert de beleggingen.

Op dit moment worden de voormalige pensioenregelingen (middelloon- en eindloonregeling) van Aon uitgevoerd door ons ondernemingspensioenfonds Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland. De huidige (beschikbare premie) pensioenregeling van Aon wordt door een verzekeraar uitgevoerd. Voorbeelden van andere mogelijke pensioenuitvoerders zijn bedrijfstakpensioenfondsen of premiepensioeninstellingen.

Sinds 2016 is het wettelijk ook mogelijk een pensioenregeling door een Algemeen Pensioenfonds (APF) te laten uitvoeren. Zoals in eerdere brieven uitgelegd, heeft het bestuur van Pensioenfonds Aon in het belang van alle deelnemers de voorkeur uitgesproken om de pensioenen over te dragen aan een APF. In dit artikel leggen wij uit wat een APF is.

Wat is een APF?

Een APF is een Nederlands pensioenfonds dat voor meerdere werkgevers tegelijkertijd de pensioenregelingen kan uitvoeren. Een APF onderscheidt zich van andere pensioenuitvoerders doordat zij de uitvoering van verschillende pensioenregelingen kan onderbrengen in verschillende collectiviteitkringen. De vermogens van de verschillende collectiviteitkringen zijn juridisch van elkaar gescheiden; dat heet ringfencing. Ringfencing houdt in dat er geen geld van de ene kring naar de andere kring kan vloeien. Als het met een bepaalde kring goed of slecht gaat, heeft dat dus geen gevolgen voor de andere kringen. Hiermee is het vermogen goed beschermd en wordt het alleen gebruikt voor pensioenuitkeringen van de deelnemers aan de betreffende kring.

Algemeen pensioenfonds
Sinds 1 januari 2016 is het mogelijk een algemeen pensioenfonds (APF) op te richten. Een APF is een pensioenfonds dat één of meer pensioenregelingen uitvoert. Om in Nederland het bedrijf van een APF uit te mogen oefenen, is een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB) vereist. Het APF kan, anders dan andere pensioenfondsen, afgescheiden vermogens (‘ringfencing’) aanhouden. Dit wordt een collectiviteitkring genoemd. In één collectiviteitkring kunnen een of meer werkgevers hun pensioenregeling onderbrengen. Een collectiviteitkring waarin pensioenregelingen van meerdere werkgevers zijn ondergebracht wordt een multi-client kring genoemd.

(bron: website van De Nederlandse Bank)

Het verschil tussen een ondernemingspensioen en een APF

Binnen een ondernemingspensioenfonds is het ook mogelijk om meerdere pensioen-regelingen uit te voeren. Stichting Pensioenfonds Aon Groep Nederland met de uitvoering van de voormalige eindloon- en de voormalige middelloonregeling, is hier een voorbeeld van. Ringfencing van het vermogen is echter verboden bij een ondernemingspensioenfonds. Dit betekent dat verschillende pensioenregelingen binnen een ondernemingspensioenfonds samen één financieel geheel vormen. Een APF kan pensioenregelingen van verschillende werkgevers uitvoeren, waarbij elke kring een eigen financieel geheel vormt.

Bij een ondernemingspensioenfonds is er ook sprake van solidariteit. Dat betekent dat de deelnemers risico’s met elkaar delen, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsongeschiktheid of overlijden. Bij een APF is er alleen sprake van solidariteit binnen een collectiviteitkring, ook wanneer de pensioenregelingen van meerdere werkgevers hierin zijn ondergebracht (multi-client kring). Tussen de verschillende kringen bestaat er dus geen solidariteit.

Een eigen fonds binnen een groter geheel

Een APF heeft multi-client kringen en single-client kringen. In een multi-client kring zijn de pensioenregelingen van meerdere werkgevers ondergebracht. In een single-client kring worden - zoals de naam al doet vermoeden- pensioenregeling(en) uitgevoerd voor één werkgever. Het bestuur van Pensioenfonds Aon heeft de voorkeur uitgesproken om de pensioenen over te dragen aan een eigen Aon-collectiviteitkring. Om een eigen collectiviteitkring bij een APF te krijgen, moet er sprake zijn van voldoende vermogen en/of premievolume. Voor Pensioenfonds Aon is er ruim voldoende vermogen. Een eigen Aon-collectiviteitkring is dus mogelijk.

De voordelen van een eigen collectiviteitkring

De eigen collectiviteitkring zou je kunnen zien als een ‘eigen fonds binnen een groter geheel’. De overstap naar een eigen collectiviteitkring bij een APF heeft als eerste voordeel dat de pensioenregeling, het premie-, het toeslag- en het beleggingsbeleid een-op-een kunnen worden voortgezet. Dit betekent dat de toezeggingen van Pensioenfonds Aon onveranderd overgaan naar de eigen collectiviteitkring bij het APF. De afspraken die in de huidige uitvoeringsovereenkomst zijn vastgelegd worden dus ook een-op-een overgenomen. Onderdeel van de afspraken zijn onder andere het door Aon betalen van de volledige uitvoeringskosten en het ontbreken van de mogelijkheid dat Aon aanspraak kan maken op vermogensoverschotten.

Het tweede voordeel van een APF ligt in het gezamenlijk uitvoeren van een aantal taken, waardoor processen verbeterd en de kosten beperkt kunnen worden. Hierdoor dalen zowel de uitvoeringskosten als de vermogensbeheerkosten. In de huidige situatie worden de uitvoeringskosten volledig door Aon betaald. Bij een overstap naar een eigen collectiviteitkring zal hier voor de deelnemers niets in veranderen. De daling van de vermogensbeheerkosten is daarentegen een voordeel voor de deelnemers omdat dit leidt tot een (lichte) verbetering van het pensioenresultaat ten opzichte van de huidige situatie. De vermogensbeheerkosten komen bij het APF immers net als nu ten laste van het vermogen.

Hoe is medezeggenschap geregeld bij een APF?

De inhoud van een pensioenregeling wordt in gezamenlijk overleg tussen de sociale partners bepaald. De sociale partners zijn de werkgever en de ondernemingsraad of werkgever(s) en vakbond. De sociale partners bij Pensioenfonds Aon zijn de werkgever en de ondernemingsraad. Zij zijn gezamenlijk de (voormalige) pensioenregelingen overeengekomen. Een APF is vervolgens het uitvoerende orgaan van de door sociale partners vastgestelde pensioenregeling.

Een APF heeft één bestuur voor alle collectiviteitkringen. De bestuursleden zijn pensioenprofessionals die geen banden hebben met de werkgevers die betrokken zijn bij de  verschillende collectiviteitkringen. De bij het APF betrokken werkgevers, deelnemers en pensioengerechtigden zijn - anders dan bij een ondernemingspensioenfonds - niet direct in het bestuur vertegenwoordigd. Hierdoor wordt de directe invloed op de uitvoering van de pensioenregeling via het bestuur kleiner na de overgang naar een APF.

Invloed en betrokkenheid zijn bij wet voorzien middels een belanghebbendenorgaan. De bevoegdheden van een belanghebbendenorgaan gaan veel verder dan de bevoegdheden van het huidige verantwoordingsorgaan. Zo heeft een belanghebbendenorgaan ook goedkeuringsrechten, dat heeft een verantwoordingsorgaan niet. In artikel 115c van de Pensioenwet is opgenomen welke advies- en goedkeuringsrechten een belanghebbendenorgaan heeft. Een gedeelte van dit artikel uit de Pensioenwet is in het kader weergegeven. Zo is te zien dat een belanghebbendenorgaan onder andere goedkeuringsrechten heeft voor wijzigingen in het premie- en toeslagbeleid.

Pensioenwet

Artikel 115c Taken belanghebbendenorgaan

9. Het bestuur heeft in ieder geval goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

  • f. de premie, waaronder mede wordt begrepen de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten;
  • g. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
  • i. het terugstorten van premie of geven van premiekorting, bedoeld in artikel 129;

Iedere collectiviteitkring heeft een eigen belanghebbendenorgaan (BO) dat bestaat uit vertegenwoordigers van de werkgever, van de deelnemers en van de groep gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Via het BO kunnen de diverse vertegenwoordigers blijven waken over hun belangen.

Het BO houdt toezicht op de uitvoering van de pensioenregeling door het APF. Wettelijk is geregeld dat een BO bepaalde advies- en goedkeuringsrechten heeft. Zo kan het premie-, toeslag- en beleggingsbeleid van de kring niet wijzigen zonder goedkeuring van het BO. BO-leden moeten aan dezelfde geschiktheidseisen voldoen als pensioenfonds-bestuurders en worden hierop getoetst door De Nederlandsche Bank.